SCHEPEN

TALL SHIPS

VAARTOCHTEN

Tijdens Vlissingen Maritiem krijg je de unieke kans om de haven niet alleen vanaf de kade, maar ook vanaf het water te beleven. Met een vaartocht ervaar je de indrukwekkende tall ships en historische schepen vanuit een ander perspectief. Vanaf het dek zie je de stad, de kades en de internationale vloot samenkomen in één levendig maritiem decor.

De vaartochten bieden een ontspannen en bijzondere manier om onderdeel te zijn van het evenement. Of je nu kiest voor een korte rondvaart door de haven of een uitgebreidere ervaring op het water, meevaren (tegen betaling) maakt je bezoek compleet en brengt je letterlijk midden in de maritieme beleving.

BEZICHTING SCHEPEN

Heeft een schip de loopplank uit, dan mag je (op aanwijzing van de bemanning) aan boord. Zo kun je bijv. bezoekje brengen aan de Morgenster, de Pascual Flores, de Kamper Kogge en nog meer schepen die aan de kade liggen.

De Pascual Flores komt uit Spanje en heeft als thuishaven Torrevieja. Een stad die in vroeger tijden vooral leefde van de export van zoutindustrie.

In de eerste helft van de 20e eeuw de belangrijkste haven van de Mediterranee. In de stad woonden 6000 inwoners en waren 200 schepen geregistreerd. Daarvan waren er 64 paileboates.

Ter herinnering aan de bloeiende periode kocht de gemeenteraad in Torrevieja in 1999 de Pascual Flores; toen in zeer slechte staat. Tussen 2005-2008 werd het schip, gebouwd in 1917, uitgebreid gerestaureerd.

Sinds 2021 is deze driemaster weer klaar om uit te varen.

Lengte
33,72 meter
Breedte
8,60 meter
Diepgang
4,00 meter
Zeiloppervlakte
± 400 m2
Bemanning (vast)
12
Trainees (extra)
12
Type schip
Pailebote, driemasterschoener
Bouwjaar
1917
Thuishaven
Torrevieja
Thuisland
Spanje

De Morgenster begon haar leven in 1919 als de haringlugger Vrouw Maria, gebouwd in Alphen en bedoeld voor de visserij op de Noordzee. Later werd ze gemotoriseerd, verlengd en kreeg ze de naam Morgenster. Jarenlang voer ze als vissersschip, tot dat werk in 1970 stopte. Daarna kreeg het schip allerlei nieuwe rollen: sportvisserij, zelfs een korte periode in de piratenradio–wereld.

Toen het schip er slecht aan toe was, werd ze in 1983 gekocht door Marian en Harry Muter. Zij zagen er iets in wat anderen niet zagen: een prachtig tallship in wording. Ze restaureerden haar grondig en bouwden haar om tot een tweemasts brig, een traditioneel vierkant getuigd zeilschip dat doet denken aan de zeiltijd van de 19e eeuw. In 2008 maakte de Morgenster haar eerste grote reis als zeiltrainingsschip.

Sindsdien vaart ze over heel Europa, doet ze mee aan Tall Ships Races en verwelkomt ze jaarlijks tientallen trainees die leren zeilen, samenwerken en grenzen verleggen. Met haar zwarte stalen romp, hoge masten en vriendelijke bemanning is de Morgenster overal een blikvanger. Haar thuishaven is Den Helder, maar haar hart ligt duidelijk op zee: daar waar de wind haar nog altijd met gemak voortstuwt.

Lengte
38,04 meter
Breedte
6,00 meter
Diepgang
2,40 meter
Zeiloppervlakte
165 m2 (5 zeilen)
Bemanning (vast)
10
Trainees (extra)
36
Type schip
Brig, tweemaster, vierkant getuigd
Bouwjaar
1919
Thuishaven
Den Helder
Thuisland
Nederland

De Helena werd in 1875–1876 gebouwd om vracht over de Rijn te vervoeren, vooral steenkool en ijzererts. In 1911 kreeg het schip een nieuwe eigenaar, die haar voorzag van een vernieuwde tuigage en enkele aanpassingen. Een aanvaring in 1926 bij Geertruidenberg zorgde voor flinke schade, maar de Helena werd daarna weer hersteld. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het schip gevorderd en moest het blijven doorvaren. In 1954 volgde opnieuw een zware aanvaring, waarna het jarenlang buiten gebruik raakte. Pas in 1988 kreeg de Helena een nieuw leven toen Bart en Kee Vermeer haar van de sloop redden en volledig restaureerden. Sindsdien vaart het oudste nog zeilende binnenvaartschip van Nederland weer trots over het water.

De Helena is een heel bijzonder schip:
– het oudste ijzeren zeilschip dat nog actief is
– officieel erkend als varend erfgoed
– behoort tot de top van het Nederlandse culturele erfgoed
– het enige zeilschip in Nederland dat officieel met passagiers op de Rijn mag varen

Lengte
40,0 meter
Breedte
5,98 meter
Diepgang
0,90 meter
Zeiloppervlakte
165 m2 (5 zeilen)
Tijdens zeilen
48 passagiers
Aan de kade
60 passagiers
Type schip
Stevenaak
Bouwjaar
1875
Thuishaven
Rotterdam
Thuisland
Nederland
De Jantje kwam op 17 april 1930 als viskotter in de vaart. Het was het eerste stalen schip van een Texelse visser die in 1917 met zijn gezin naar Den Helder verhuisde. Het schip werd toen de Twee Gebroerders gedoopt, naar de twee zonen van de schipper. Met het schip werd gevist op schol, tong en kabeljauw. Men had in die tijd nog niet veel vertrouwen in de dieselmotor en er kon met de kotter nog worden gezeild. Tijdens de Engelse bombardementen in 1940 werd de Twee Gebroeders in de binnenwateren in veiligheid gebracht. Echter werd een klein jaar later het schip alsnog door de Duitsers in beslag genomen.

Zodra de oorlog voorbij is, gaat de oudste zoon via de Afsluitdijk te voet naar Duitsland op zoek naar zijn schip. Volgens de overgeleverde verhalen vond hij het schip terug in Emden met gaten in de romp en een mitrailleur op het dek. Op 10 november 1945 begint de renovatie van het schip in Haarlem. Op 18 mei 1946 is het schip weer klaar voor de visserij en krijgt het de nieuwe naam Ennie en Appie.

Tot 1952 behoort de kotter tot de Helderse visserijvloot. In de winter vist het op haring. Daarna krijgt het verschillende eigenaren uit Urk, Katwijk en IJmuiden. De IJM17 haalt de kranten wanneer het in maart 1971 bij Zandvoort op de kust vastloopt nadat de motor afslaat in een poging om een ander gestrand schip los te trekken.

In 1976 kopen Harry en Marian Múnter, zij hadden het schip al jaren op het oog om het tot zeilschip om te bouwen. Na jaren van klussen maakt de zeilschoenerbrik Jantje in 1986 haar eerste dagtochten.

Lengte
28,00 meter oorspronkelijk, na verlenging 32,00 meter
Breedte
5,95 meter
Diepgang
2,20 meter
Zeiloppervlakte
280 tot 310 m2
Bemanning (vast)
Niet bekend
Trainees (extra)
36 daggasten / 12 slaapplaatsen
Type schip
Brig, tweemaster, vierkant getuigd
Bouwjaar
1930
Thuishaven
Kiel
Thuisland
Duitsland

De Vera Cruz is een zeilend replica-schip van een Portugese karveel uit de tijd van de ontdekkingsreizen (15e–16e eeuw). Het is de meest nauwkeurige replica die ooit is gebouwd van dit type schip.

Gebouwd: in 2000 op de scheepswerf van Vila do Conde (Portugal) ter ere van de 500ste verjaardag van de ontdekking van Brazilië.

Het schip is 23,8 meter lang, 6,6 meter breed en heeft met 2 zeilen een Zeiloppervlakte van 235 m2.

Lissabon is de thuishaven van het schip dat in beheer is bij APORVELA. APORVELA gebruikt het schip om jongeren kennis te laten maken met traditionele zeevaart, navigatie en teamwork.

Lengte
23,80 meter
Breedte
6,60 meter
Diepgang
3,30 meter
Zeiloppervlakte
235 m2 (2 zeilen)
Bemanning (vast)
22
Trainees (extra)
13
Type schip
Caravel
Bouwjaar
2000
Thuishaven
Lissabon
Thuisland
Portugal
De Dockyard III is een stoere Rotterdamse stoomsleper met een verhaal dat bijna filmwaardig is. Gebouwd om ijs te breken en schepen te slepen, tijdens de oorlog verborgen op de rivierbodem, later jarenlang het werkpaard van de haven — en telkens opnieuw van de sloop gered. Vandaag pufft en stoomt ze weer fier als varend erfgoed, een echo van de tijd dat de havens draaiende werden gehouden door pure stoomkracht en vakmanschap.

Het schip is gebouwd door de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij (RDM). Het casco was klaar in 1940, het schip werd uiteindelijk pas in 1946 voltooid.

Lengte
26,05 meter
Breedte
6,31 meter
Diepgang
2,65 meter
Bemanning (vast)
3 tot 4 personen
Type schip
Stoomsleepboot
Bouwjaar
1940
Thuishaven
Rotterdam
Thuisland
Nederland

De Kamper Kogge is een reconstructie van een middeleeuws koggeschip, gebouwd in Kampen. Het schip is gebaseerd op een wrak uit 1336, dat werd gevonden in de Flevopolder bij Nijkerk. Een kogge was in de Middeleeuwen hét transportschip van de Hanze, waarmee werd gehandeld op de Noord- en Oostzee. Kampen was in die tijd een belangrijke handelsstad, en dit type schip was essentieel voor haar succes.

De bouw startte in 1994 en het schip werd gedoopt in 1998. Men gebruikte niet alleen het opgegraven wrak, maar ook oude documenten en afbeeldingen om zo authentiek mogelijk te bouwen. Een middeleeuwse kogge werd vroeger in een paar maanden gebouwd, maar de reconstructie kostte vier jaar.

In de Middeleeuwen waren koggeschepen dé manier om vanuit Nederland handel te drijven met Noord-Europa. Ze konden veel vracht meenemen en waren sterk genoeg voor de ruwe zee. Dankzij deze schepen bloeiden steden zoals Kampen, Deventer en Zwolle op als Hanze-handelssteden.

Lengte
22,00 meter
Breedte
7,50 meter
Diepgang
1,90 meter
Zeiloppervlakte
144 m2
Bemanning (vast)
12
Type schip
Koggeschip
Bouwjaar
1994
Thuishaven
Kampen
Thuisland
Nederland

De Askoy II is een indrukwekkend stalen zeiljacht uit 1960, oorspronkelijk gebouwd voor de Belgische architect Hugo Van Kuyck op de werf Van de Voorde in Antwerpen. Het was toen het grootste zeiljacht ooit in België gebouwd.

Het schip werd internationaal beroemd doordat Jacques Brel het in 1974 kocht. Hij noemde het zijn “kathedraal” en maakte er samen met zijn partner Maddly Bamy een wereldreis mee. Door ziekte strandde die reis in de Markiezeneilanden (Frans-Polynesië), waarna het schip werd verkocht.

Het schip werd daarna meerdere keren doorverkocht. Kwam terecht in de Stille Oceaan en werd zelfs misbruikt voor drugssmokkel op Fiji. In 1993 liep het schip vast op Baylys Beach (Nieuw-Zeeland) en raakte het volledig bedolven onder het zand.

In 2004 ontdekten de Belgische broers Staf en Piet Wittevrongel het wrak. Ze richtten de vzw Save Askoy II op, lieten het wrak in 2007 opgraven en in 2008 naar België brengen. Daar volgde een enorme restauratie van zo’n 18–20 jaar, uitgevoerd door vrijwilligers, tot het schip in 2024 opnieuw te water werd gelaten. Sindsdien vaart Askoy II opnieuw, volledig hersteld en erkend als officieel varend erfgoed.

Lengte
18,66 meter
Breedte
4,90 meter
Diepgang
2,00 meter
Zeiloppervlakte
280-310 m2
Bemanning (vast)
2-4
Trainees (extra)
6-8 gasten
Type schip
Stalen yawl / zeiljacht
Bouwjaar
1960
Thuishaven
Zeebrugge
Thuisland
België
De Vrijbuiter is een historische tjalk uit 1901, gebouwd in Meppel. Het schip vaart tegenwoordig vanuit Zierikzee en is volledig gerestaureerd voor gebruik in de chartervaart.

Het is een pionierend duurzaam zeilschip: sinds 2023 heeft het een elektromotor, waarmee het (naast zeilen) volledig elektrisch kan varen. De bemanning – Wiebe en Suzan – gebruikt het schip als groene broedplaats voor creatieve, culturele en educatieve projecten.

Lengte
23,00 meter
Breedte
5,50 meter
Diepgang
2,20 meter
Zeiloppervlakte
225 m2 (3 zeilen)
Bemanning (vast)
2
Trainees (extra)
35 personen bij dagtochten, 18 slaapplaatsen
Type schip
Tjalk
Bouwjaar
1901
Thuishaven
Zierikzee
Thuisland
Nederland
De T/S Rupel is een houten gaffelschoener uit 1996 en één van de meest bijzondere Belgische tallships. Het schip werd gebouwd als een sociaal economisch project in de Rupelstreek: werkzoekenden uit heel Vlaanderen kregen vijf jaar lang de kans om scheepsbouwvaardigheden te leren. Het resultaat was een prachtig, volledig met de hand gebouwd opleidingsschip.

De Rupel is ontworpen als Training Ship (T/S) en wordt gebruikt om jongeren tussen 15-25 jaar kennis te laten maken met zeilen, teamwork, verantwoordelijkheid nemen en het leven aan boord. Ondertussen hebben al honderden jongeren er een unieke zeilervaring opgedaan.

Lengte
23,00 meter
Breedte
4,80 meter
Diepgang
2,44 meter
Zeiloppervlakte
tussen 180-220 m2
Bemanning (vast)
4
Trainees (extra)
8
Type schip
Houten gaffelschoener (tweemaster)
Bouwjaar
1966
Thuishaven
Antwerpen
Thuisland
België
De Anna TX37 is een prachtig historisch schip met een lange, avontuurlijke levensloop. Ze werd in 1931 gebouwd onder de naam TX37 Anthonie, als één van de eerste viskotters die waren ontworpen naar het model van de traditionele haringloggers.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het schip door de Duitse Wehrmacht in beslag genomen, maar na de oorlog kwam het weer terug bij de eigenaar. Later voer het schip onder de naam KW92 Katwijk en viste jarenlang op haring en makreel. Tot 1977 bleef ze actief als vissersschip.

In de jaren ’80 begon een nieuw hoofdstuk: de Anna werd verbouwd tot zeilend charterschip. Sindsdien vaart ze als een historisch getuigd schip, vaak deelnemend aan maritieme evenementen en lange zeiltochten naar o.a. het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Frankrijk, Spanje en Denemarken.
In de periode van 1977 tot 2005 voer het schip als zeilcharter in Nederland en Zweden onder de naam Reppe. Van 2005 tot 2012 was het schip bekend als Manana met Zwartsluis als thuishaven. Sinds 2012 heeft het schip de naam ANNA TX37, het is een 2 mast gaffelzeilschip met als thuishaven Rotterdam.

Lengte
27,00 meter
Breedte
5,53 meter
Diepgang
2,00 meter
Zeiloppervlakte
tussen 250-350 m2
Bemanning (vast)
2
Trainees (extra)
2
Type schip
Tweemast gaffel zeilschip
Bouwjaar
1931
Thuishaven
Rotterdam
Thuisland
Nederland

Zr. Ms. Urania is het opleidingszeilschip van het Koninklijk Instituut voor de Marine (KIM), onderdeel van de Nederlandse Defensie Academie. Het wordt intensief gebruikt door adelborsten (marineofficieren in opleiding) voor hun praktische nautische vorming.
Aan boord leren toekomstige zeeofficieren onder meer:
• navigatie en zeemanschap
• werken met zeilen, lijnen en dekprocedures
• samenwerken en leidinggeven
• omgaan met de elementen op zee
Het schip is bedoeld om de basisprincipes van het varen écht te ervaren — als fundament voor hun latere carrière.
Sinds 1830 heeft de Koninklijke Marine altijd een opleidingszeilschip met de naam Urania gehad. De huidige Urania (2004) is de zesde met die naam. De kiel van het schip werd gelegd in 2003. het schip werd op 18 mei 2004 te water gelaten en is op 25 mei 2004 in dienst gesteld. Ondanks de misschien jonge leeftijd heeft het prachtige zeilschip nog steeds de authentieke details van de oorspronkelijke Urania.

Lengte
27,00 meter
Breedte
6,00 meter
Diepgang
2,70 meter
Zeiloppervlakte
305 m2
Bemanning (vast)
3-4
Trainees (extra)
14
Type schip
Tweemaster
Bouwjaar
2004
Thuishaven
Den Helder
Thuisland
Nederland
De Avontuur met Goes als thuishaven, is een Zeeuwse tweemastklipper. Het schip werd gebouwd in 1914 op de werf van Gebroeders Geleijns te Roodevaart bij de Moerdijk. Het schip was bedoeld voor het vervoer van materialen voor waterstaatwerken in Zeeland en langs de kust. Daarom had het een beperkt certificaat voor de kustvaart, maar er werd ook regelmatig “buitenom” langs de Zeeuwse kust gevaren. De schepen uit deze categorie stonden bekend als “steenbonken”, vanwege hun extra zware bouw.

In 1944 werd de Avontuur bij het Axelse Sas door het terugtrekkende Duitse leger met behulp van een landmijn in het ruim tot zinken gebracht. Omdat er groot tekort was aan transport over water, werd het schip snel weer gelicht. Dit luidde wel het einde van de zeiltijd in. De masten werden gezaagd tot planken en gebruikt voor de eerste stuurhut.

De huidige Avontuur in Goes is een zeldzaam overgebleven grote rivierklipper uit het begin van de 20e eeuw. En één van de zeer weinigen die nog herkenbaar is in de oorspronkelijke staat.

Lengte
29,00 meter
Breedte
5,70 meter
Diepgang
1,20 meter
Zeiloppervlakte
180 m2
Bemanning (vast)
7
Passagiers
40-44 personen
Type schip
Klipper
Bouwjaar
1909
Thuishaven
Harlingen
Thuisland
Nederland

De Lacomblé is een bijzondere verschijning op het water: een voormalige Nederlandse mijnenveger uit 1960, gebouwd voor het werk in ondiepe kustwateren. Waar ze vroeger met haar houten romp en stille motoren zeemijnen opspoorde, dient ze vandaag als opleidingsschip voor jonge zeekadetten. Dankzij haar overzichtelijke dek, compacte brug en stoere maritieme uitstraling is ze de ideale plek om te leren varen, samenwerken en verantwoordelijkheid te nemen.
Na haar marinecarrière werd de Lacomblé in 1984 overgedragen aan het Zeekadetkorps, waar duizenden jongeren sindsdien hun eerste echte nautische ervaring opdeden. Vandaag ligt het schip in Veere, waar vrijwilligers en kadetten haar met trots onderhouden en weer laten schitteren.
De Lacomblé is meer dan een schip: het is een drijvend stukje maritieme geschiedenis, vol verhalen, avontuur en ontdekkingen — klaar om nieuwe generaties te inspireren.

Lengte
33,10 meter
Breedte
6,00 meter
Diepgang
1,80 meter
Bemanning (vast)
13
Type schip
ondiepwater mijnenveger (MSI klasse)
Bouwjaar
1959
Thuishaven
Veere
Thuisland
Nederland

De Koningin Emma is één van de meest geliefde historische schepen van Zeeland. In 1933 gebouwd bij de Koninklijke Maatschappij De Schelde in Vlissingen, keerde ze in 2021 terug naar haar geboorteplaats — exact naar de plek waar ze ooit van stapel liep. Vandaag ligt ze prachtig aan de Houtkade, waar ze een nieuw leven leidt als sfeervolle hotelboot met 10 luxe kamers.

Ooit voer de Koningin Emma voor de Provinciale Stoombootdiensten (PSD) en was ze een modern puntdek veerboot voor de routes Terneuzen–Hoedekenskerke en Vlissingen–Breskens. Tijdens de oorlogsjaren diende ze zelfs als hulpmijnenlegger voor de Koninklijke Marine. Daarna keerde ze terug naar het veer, overleefde ze het tijdperk van de Watersnoodramp, de bouw van de Zeelandbrug en de komst van de Westerscheldetunnel — een drijvende getuige van bijna de hele moderne Zeeuwse geschiedenis.

Nu verwelkomt de Koningin Emma gasten die willen genieten van een unieke overnachting op het water. Met haar authentieke karakter, bijzondere verhalen en prachtig uitzicht op het Scheldekwartier is ze een echte blikvanger in de haven van Vlissingen.

Lengte
59 meter
Breedte
8,85 meter
Diepgang
2,25 meter
Type schip
veerboot, nu dienstdoend als hotelschip
Bouwjaar
1933
Thuishaven
Vlissingen
Thuisland
Nederland
In het oudste dok van Nederland, het Dokje van Perry uit 1705 ligt museumschip ex Hr.Ms. Mercuur. Deze voormalige Nederlandse oceaanmijnenveger kwam als Hr.Ms. Onverschrokken in 1954 uit de VS naar Nederland. Het werd later omgebouwd tot torpedowerkschip en hernoemd in Mercuur. Deze oudste houten mijnenveger van de Koninklijke Marine is nu een Living History Museumschip.

Bezoekers ervaren het schip alsof het elk moment kan uitvaren. Van de geluiden van de diesels in de machinekamer tot de marifoon in het brughuis en de kleding van de bemanning die al zogenaamd gereed ligt. De Mercuur wordt onderhouden, gerestaureerd en als museum opengesteld door de vrijwilligers van de Stichting Maritiem Erfgoed Vlissingen. Tijdens Vlissingen Maritiem geldt een korting van 50% op de entreeprijs.

Lengte
52 meter
Breedte
11 meter
Diepgang
3,70 meter
Type schip
oceaanmijnenveger / torpedowerkschip
Bouwjaar
1954
Thuishaven
Vlissingen
Thuisland
Nederland


De hoogaars Alcyon is een bijzonder en elegant voorbeeld van Zeeuws varend erfgoed. Dit schip werd gebouwd in 1928 op de werf van Gebroeders Meerman in Arnemuiden en neemt een unieke plaats in binnen de vloot van de Stichting Behoud Hoogaars.

Al tijdens de bouw van het schip werd besloten het schip niet als werkboot, maar als jachthoogaars af te bouwen. Dat maakte haar toen al bijzonder: waar de meeste hoogaarzen waren bedoeld voor de visserij, was de Alcyon vanaf het begin een pleziervaartuig. Tijdgenoten omschreven haar als “een schoonheid onder de hoogaarzen”, met een krachtige, brede bouw en een fraai gelijnd achterschip.

In de eerste decennia van haar bestaan voer de Alcyon voornamelijk op de Zeeuwse en Belgische wateren. Het schip kende meerdere eigenaren, onder andere in Gent en Antwerpen, en behield daarbij steeds haar nautische uitstraling en zeileigenschappen. In de loop der jaren kreeg het onderhoud van een houten schip echter steeds meer aandacht en inspanning nodig.

In 1997 kwam de Alcyon in bezit van de Stichting Behoud Hoogaars, die zich inzet voor het behoud en het levend houden van historische Zeeuwse schepen. Daarmee werd de basis gelegd voor het voortbestaan van dit bijzondere vaartuig.

Tussen 2000 en 2001 onderging de Alcyon een ingrijpende restauratie. Hierbij is gewerkt met groot respect voor het oorspronkelijke ontwerp en de historische materialen. Waar mogelijk zijn originele delen behouden, aangevuld en hersteld met traditioneel vakmanschap. Op 16 juni 2001 werd het schip na deze restauratie opnieuw te water gelaten.

Dankzij deze restauratie is de Alcyon vandaag de dag geregistreerd als Varend Monument® en verkeert zij in uitstekende staat.

Lengte
ca. 14 meter
Breedte
ca. 4,9 meter
Diepgang
ca. 0,7 meter
Romp en kajuit
eikenhout
Zeiloppervlak
ca. 102 m²

De YE36, ook bekend onder de naam Andries Jacob, is een bijzondere Zeeuwse hoogaars en vormt een uniek onderdeel van het Nederlandse varend erfgoed. Het schip werd gebouwd in 1900 op een werf in Tholen en diende oorspronkelijk als mossel- en garnalenvisser in de Zeeuwse wateren. Met haar relatief grote afmetingen en brede vlak was de YE36 bij uitstek geschikt om zware ladingen te vervoeren in het ondiepe en getijdenrijke deltagebied.
Door de jaren heen werd het schip gemoderniseerd met een hulpmotor, zonder het zeilende karakter te verliezen. Na de actieve visserij raakte de YE36 uiteindelijk in verval en dreigde zij te verdwijnen. In 1990 werd het schip aangekocht door de Stichting Behoud Hoogaars, waarmee zij het eerste schip van de stichting werd. Vervolgens is de YE36 zorgvuldig gerestaureerd en teruggebracht in haar oorspronkelijke staat als authentieke Zeeuwse mosselhoogaars.

Vandaag de dag is de YE36 de enige nog varende, originele houten mosselhoogaars. Zij vaart nog regelmatig tijdens maritieme evenementen en vaardagen en laat zo zien hoe de traditionele Zeeuwse vissersschepen ooit werkten en zeilden.

Lengte
52 meter
Breedte
11 meter
Diepgang
3,70 meter
Type schip
oceaanmijnenveger / torpedowerkschip
Bouwjaar
1954
Thuishaven
Vlissingen
Thuisland
Nederland

De Anemone werd gebouwd op de inmiddels vergeten scheepswerf van Cyriel De Smet in Gottem, nabij Deinze. Het ontwerp was van de hand van scheepsarchitect Leopold Standaert, een gerenommeerd Belgisch ontwerper die onder meer bekend is als de ontwerper van de Scheldejol. In 1933 werd de Anemone te water gelaten. Opmerkelijk is dat de naam van het schip bij overdrachten naar nieuwe eigenaars nooit werd gewijzigd.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de Anemone afgezonken in de Leie om haar te verbergen voor de Duitse bezetter.

Tussen 1980 en 1990 onderging het schip een ingrijpende restauratie op de werf Mallentjer in Antwerpen. Het oorspronkelijke ophaalzwaard verdween, de kielbalk werd verdiept en het onderwaterschip volledig vernieuwd. De romp werd bovendien gecoat met epoxyhars. In 1990 werd de Anemone naar Gent gesleept, waar de huidige eigenaar het interieur opnieuw indeelde. Er werd een andere motor geplaatst, wat ook een herinrichting van de kuip noodzakelijk maakte. Het roer werd vervangen en er werd een kluiverboom toegevoegd. Door deze ingreep evolueerde het schip van een gaffelsloep naar een gaffelkotter, wat de zeileigenschappen merkbaar verbeterde.

In 1999 en 2003 behaalde de Anemone de overwinning in de Dutch Classic Yacht Regatta in Hellevoetsluis (Nederland), in de klasse van gaffelgetuigde schepen. In 2017 werd de Anemone opgenomen in de inventaris van het Agentschap Onroerend Erfgoed van de Vlaamse Gemeenschap als vastgesteld varend erfgoed. In 2020 verscheen het boek “Veerpont en scheepswerf Cyriel De Smet, bouw van de gaffelsloep Anemone”. Dankzij een teruggevonden fotoplakboek kon zowel de bouwgeschiedenis van het schip als het belang van de werf opnieuw worden gereconstrueerd.

Vandaag is de Anemone regelmatig te bewonderen op tal van nationale en internationale maritieme festivals. Het schip is lid van de Old Gaffers Association NL en aangesloten bij het Platform Maritiem Erfgoed Zeeland.

Lengte
52 meter
Breedte
11 meter
Diepgang
3,70 meter
Type schip
oceaanmijnenveger / torpedowerkschip
Bouwjaar
1954
Thuishaven
Vlissingen
Thuisland
Nederland

De Atina III is een robuuste motorsleepboot uit 1941, gebouwd op de werf D. & J. Boot in Alphen aan den Rijn. Oorspronkelijk te water gelaten onder de naam Nellie, begon haar leven in een turbulente periode van de Nederlandse maritieme geschiedenis.

Direct na de oplevering werd het schip door de Duitse bezetter in beslag genomen en ingezet door de Kriegsmarine als patrouilleboot op de Oostzee. Pas in 1947 keerde zij, via het Bureau Oorlogsbuit, terug naar Nederland. Daarna hervatte het schip haar loopbaan in de binnenvaart en kreeg zij in de loop der jaren verschillende namen, waaronder Chris B, Vrouwenzand, Catharina en Sirene II, voordat zij sinds 2007 vaart onder haar huidige naam Atina III.

Wat de Atina III bijzonder maakt, is haar hoge mate van originaliteit. Het schip is grotendeels intact gebleven en wordt nog steeds aangedreven door de oorspronkelijke Industrie motor type 3VD6A, met een vermogen van circa 150 pk. Deze karakteristieke motor, samen met de authentieke betimmering en het klassieke silhouet, maakt de Atina III tot een levend voorbeeld van naoorlogse motorsleepvaart.

Met een lengte van circa 18,4 meter en een breedte van 4,8 meter was de Atina III uitstekend geschikt voor sleepwerk op rivieren en binnenwateren in Nederland, Duitsland en België.

Tegenwoordig ligt het schip hoofdzakelijk in Zeeland en is zij geregistreerd als Varend Monument, waarmee haar cultuurhistorische waarde officieel is erkend. De Atina III is daarmee niet alleen een functioneel schip, maar vooral ook een drijvend stuk geschiedenis: een tastbare herinnering aan de Nederlandse sleepvaart, de oorlogsjaren en het vakmanschap van de binnenvaart.

Lengte
ca. 18,43 meter
Breedte
ca. 4,80 meter
Diepgang
ca. 1,80 meter
Type schip
Motorsleepboot
Bouwjaar
1941
Thuishaven
Zeeland
Thuisland
Nederland

De Boreas is een bijzonder historisch Zeeuws vissersvaartuig van het type steekhengst, een scheepstype dat nauw verwant is aan de hoogaars. Steekhengsten werden tot het begin van de twintigste eeuw gebruikt voor de visserij, met name voor de zalmvisserij op wateren zoals de Brielse Maas, het Haringvliet en de Grevelingen. De Boreas werd gebouwd in 1895 en geldt als het laatst overgebleven houten voorbeeld van dit inmiddels verdwenen scheepstype.

In de loop van de twintigste eeuw raakte het schip ernstig in verval. Jarenlang lag de Boreas ongebruikt en verwaarloosd in een sloot. Om het hout tegen verdere aantasting te beschermen, werd de romp destijds volledig bekleed met verzinkt plaatmateriaal. Deze noodoplossing heeft er uiteindelijk toe bijgedragen dat het schip bewaard is gebleven. In 2008 werd de Boreas gered door de Stichting Behoud Hoogaars en veiliggesteld voor de toekomst.

Na de redding is het schip uitvoerig opgemeten en gedocumenteerd, zodat de kennis over de bouw en de vorm van de steekhengst behouden bleef. In latere jaren vond een vernieuwbouw en conservering plaats, waarbij zoveel mogelijk is uitgegaan van de oorspronkelijke lijnen en constructie. Tegenwoordig maakt de Boreas deel uit van de collectie van de Stichting Behoud Hoogaars en vormt zij een belangrijk en zeldzaam voorbeeld van het Zeeuwse maritieme erfgoed. Het schip vertelt het verhaal van een verdwenen visserspraktijk en draagt bij aan het levend houden van de geschiedenis van de Zeeuwse zeilvaart.

Lengte
± 9,20 meter
Breedte
± 3,00 meter
Diepgang
± 0,50 meter
Romp
eikenhout
Kajuit
eikenhout
Bouwwijze
traditioneel houten platbodemschip, overnaads gebouwd
Tuigage
gaffeltuig
Aantal masten
1
Zeilen
grootzeil: 16,10 m² ; fok: 10,30 m²
Motor
hulpmotor later ingebouwd

De Carlot is een historische motorreddingboot van de Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij (KNRM). Het schip werd in 1960 gebouwd op de werf van H. Schouten in Muiden, in opdracht van de toenmalige Koninklijke Noord en Zuid Hollandsche Redding Maatschappij. De bouw van de boot werd mogelijk gemaakt door een legaat van mejuffrouw C.M.J. Meyer, die bepaalde dat de reddingboot de naam Carlot moest dragen.

De Carlot behoort tot de zogenoemde Carlot klasse, een serie zelfrichtende reddingboten die speciaal werd ontworpen voor inzet onder zware omstandigheden op de Noordzee en de Waddenzee. Dankzij haar robuuste bouw, gesloten stuurhuis en zelfrichtend vermogen was de Carlot bijzonder geschikt voor reddingen tijdens storm en slecht weer. De boot werd bemand door vrijwilligers en kon naast de vaste bemanning een groot aantal geredden veilig aan boord nemen.
Gedurende haar actieve dienstperiode was de Carlot gestationeerd bij het reddingstation Terschelling West. Vanuit deze standplaats nam de boot deel aan vele reddingsoperaties op zee. Eén van de meest ingrijpende inzetten vond plaats op 25 januari 1990, toen het Russische schip Briz in een zware storm in nood raakte. De Carlot rukte als eerste uit en wist onder zeer moeilijke omstandigheden meerdere opvarenden te redden. Daarbij liep de reddingboot zelf aanzienlijke schade op.

De Carlot bleef tot het jaar 2000 in actieve dienst bij de KNRM. Na haar uitdienststelling is het schip behouden gebleven als varend erfgoed. Sindsdien wordt de Carlot beheerd door Stichting Carlot, die zich inzet voor het behoud en het operationeel houden van deze bijzondere reddingboot. Tegenwoordig ligt de Carlot in Terneuzen en vaart zij regelmatig tijdens rondvaarten, herdenkingen, educatieve activiteiten en maritieme evenementen.

De Carlot is een tastbare herinnering aan de moed en inzet van de vrijwillige redders en aan de ontwikkeling van het reddingwezen in Nederland. Door het behoud van dit schip blijft de geschiedenis van het reddingswerk op zee levend en zichtbaar voor een breed publiek.

Lengte
20,37 meter
Breedte
4,15 meter
Diepgang
circa 1,40 meter
Type schip
motorreddingboot, Carlot klasse (zelfrichtend)
Bouwjaar
1960
Werf
H. Schouten N.V., Muiden
Rompmateriaal
staal
Voortstuwing
twee dieselmotoren
Motortype
Kromhout 8 TS 117
Vermogen
2 × 140 pk
Aandrijving
schroef, via hydraulische keerkoppeling
Maximumsnelheid
circa 10,6 knopen
Stuurinrichting
elektrisch hydraulisch, met mogelijkheid tot handbesturing
Bemanning
5 personen
Capaciteit geredden
tot circa 120 personen

De Drie Gebroeders (TH 49) is een historisch Zeeuws vissersschip van het type hengst. Het schip werd gebouwd in 1908 op scheepswerf Moed en Trouw van Petrus Verras in Paal, aan de Westerschelde. Oorspronkelijk was het schip bedoeld voor de visserij, met name voor de mosselvisserij in de Zeeuwse wateren. De hengst was daarvoor een zeer geschikt scheepstype: stevig gebouwd, ondiep stekend en goed zeilend op zowel zee als binnenwater.

In de loop der jaren voer het schip onder verschillende namen en registraties, waaronder GRA 13 en Z 22, voordat het definitief bekend werd als TH 49 De Drie Gebroeders. Vanaf 1929 was het schip lange tijd in gebruik in Tholen, waar het een vaste verschijning was binnen de plaatselijke visserij. Tijdens deze periode werd het schip aangepast aan de dagelijkse praktijk van de visser, onder andere door de inbouw van een visbun.

Na het einde van de beroepsmatige visserij kende De Drie Gebroeders meerdere eigenaren en raakte het schip geleidelijk in verval. In de jaren negentig werd het vaartuig uiteindelijk aangekocht door de Stichting Behoud Hoogaars. Vanaf dat moment begon een intensieve restauratie, waarbij het doel was het schip zoveel mogelijk terug te brengen in zijn oorspronkelijke staat en karakter. Daarbij werd gebruikgemaakt van traditionele materialen en bouwmethoden.

Tegenwoordig is De Drie Gebroeders een varend monument en een belangrijk voorbeeld van het Zeeuwse maritieme erfgoed. Het schip staat ingeschreven in het Stamboek Ronde en Platbodemjachten en wordt ingezet voor behoud, educatie en presentatie van de historische visserijcultuur. Met haar kenmerkende lijnen, bruine zeilen en rijke geschiedenis vertelt De Drie Gebroeders het verhaal van het leven en werken op het water in Zeeland aan het begin van de twintigste eeuw.

Lengte
± 12,00 meter
Breedte
± 3,80 meter
Diepgang
± 0,80 meter
Romp
hout
Bouwwijze
overnaads, traditioneel gebouwd
Dek
hout
Spanten
hout
Tuigage
gaffeltuig met grootzeil en voorzeilen
Aantal masten
1
Zeilvoering
traditioneel visserszeil
Motor
oorspronkelijk geen motor; later voorzien van hulpmotor

De Emmanuel is niet zomaar een schip. Deze stoere steilsteven aak zag in 1924 het levenslicht op de werf van G.J. van der Werff in Hoogezand. Opdrachtgever Tjakko Keizer gaf haar niet alleen vorm, maar ook een naam met betekenis. De bouw van dit schip redde de werf van een faillissement – en zo kreeg zij de hoopvolle naam Emmanuel, “God met ons”.

In haar jonge jaren deed de Emmanuel waar ze voor gebouwd was: hard werken. Ze vervoerde turf uit Drenthe naar Friesland en Groningen, gedreven door wind, wilskracht en vakmanschap. Rond 1929 werd Tjakko nóg onafhankelijker door de aanschaf van een opduwer. Decennia later, in 1975, begon voor de Emmanuel een tweede leven toen zij werd verkocht aan een Amsterdammer.

Dat tweede leven kreeg pas echt vorm in de winter van 1979, toen het schip door de huidige eigenaar (samen met zijn broer) werd gekocht. Het lag toen in het Westerdok in Amsterdam, kaal en verlaten. Een slechte betimmering in de roef, een ruim vol rommel en na inspectie op de helling vooral één conclusie — er was veel werk te doen.

Met veel enthousiasme (en weinig middelen) werd het ruim omgebouwd tot studentenwoning: een bed, een keukentje en een puts als toilet. De buren in het Westerdok bleken onbetaalbaar — niet alleen als adviseurs, maar ook als sponsoren en vrienden voor het leven. Stap voor stap kreeg de Emmanuel haar kracht terug: de Kromhout 4LW-motor uit 1947 (60 PK) werd ingebouwd, de zwaarden gelijmd, het houtwerk zorgvuldig gevormd.

In 1984 was het schip weer vaarklaar. De broer van de eigenaar vertrok naar Engeland, en de Emmanuel verruilde Amsterdam voor haar huidige thuishaven: Sas van Gent. Sindsdien maakte zij talloze tochten, vooral op de motor, door België, Frankrijk en het zuiden van Nederland.

In 2005 werd de cirkel verder rondgemaakt met het plaatsen van de mast. Zeilen bleek stiller en leuker dan motoren — al ook een tikje lastiger. Maar één ding is zeker: er is geen weg terug.

Met haar 24 meter lengte, 5,10 meter breedte en rijke geschiedenis is de Emmanuel vandaag de dag een levend stuk varend erfgoed. Een schip dat nog altijd vertelt waar het vandaan komt — en laat zien dat schepen, net als mensen, meerdere levens kunnen hebben.

Lengte
24,00 m
Breedte
5,10 m
Diepgang
1,00 m
Type schip
Aak (steilsteven)
Bouwjaar
1924
Thuishaven
Sas van Gent
Bouwwerf
G.J. van der Werff
Bouwplaats
Hoogezand
ENI-nummer
02202507
Verzekeraar
EOC
Kruiphoogte
3,60 m
Merk/type motor
Kromhout 4LW
Vermogen
60 pk
Bouwjaar motor
1947

De Hedwig Maria werd in 2000 in Livorno gebouwd op basis van Engelse bouwtekeningen. Aansluitend kreeg zij op de werf van Ebbe Anderson in Denemarken haar gaffeltuig, mast en verdere rondhouten. In 2004 vond de definitieve afbouw plaats op de werf van Ernst Schneider in Gröbersy (Duitsland).

Het schip is op traditionele wijze gebouwd van teak en mahonie. Aan de buitenzijde heeft zij de robuuste uitstraling van een Engelse working boat, terwijl het interieur is afgewerkt als een comfortabel jacht. De Falmouth Working Boats werden vanaf het begin van de vorige eeuw ingezet voor de oestervisserij aan de zuidkust van Engeland, een ambacht die tot op de dag van vandaag onder zeil wordt uitgeoefend.

Oorspronkelijk waren deze schepen open. In de zomer, wanneer er niet op oesters wordt gevist, worden ze uitgerust met een groter tuig en ingezet voor zeilwedstrijden.
De Hedwig Maria is lid van de Old Gaffers Association.

Lengte
13.5 meter (incl boegspriet)
Breedte
3 meter
Diepgang
1.70 meter
Type schip
Falmouth working boat
Scheepsnaam
Hedwig Maria
Schipper
Adriana van der Sman

De sleepboot Wilhelmina werd gebouwd in 1916 en is daarmee een fraai voorbeeld van de vroege Nederlandse sleepvaart. Het schip werd oorspronkelijk als stoomsleepboot ontworpen, maar is in de jaren dertig gemoderniseerd en omgebouwd tot motorsleepboot. Daarmee volgde de Wilhelmina de technologische ontwikkeling die zo kenmerkend was voor de binnenvaart in de eerste helft van de twintigste eeuw.

Gedurende lange tijd voer het schip onder de naam Edwil en was zij in dienst bij Fa. Terwindt in Nijmegen, waar zij voornamelijk werd ingezet op de grote rivieren. Later werd de Wilhelmina gebruikt bij werkzaamheden in de zand‑ en grindwinning, onder meer in de omgeving van Maasbracht. Deze jaren van intensief werk hebben het schip gevormd tot de robuuste en betrouwbare sleepboot die zij vandaag de dag nog steeds is.

Wat de Wilhelmina bijzonder maakt, is haar hoge mate van originaliteit. Veel karakteristieke elementen zijn behouden gebleven en geven een goed beeld van hoe dit type sleepboot er vroeger uitzag en functioneerde. De huidige motorisering bestaat uit een Deutz SA4M428‑motor van circa 150 pk, die perfect past bij het schip en zorgt voor een rustige, krachtige voortstuwing.

Sinds de overgang naar particulier bezit vaart de Wilhelmina onder haar huidige naam als varend erfgoed. Met haar compacte afmetingen en klassieke uitstraling is zij een geliefde verschijning op binnenwateren en bij nautische evenementen.

Lengte
ca. 14,00 meter
Breedte
ca. 3,78 meter
Diepgang
ca. 1,60 meter
Type schip
Motorsleepboot
Bouwjaar
1916
Scheepsnaam
Wilhelmina
Voormalige naam
Edwil
Materiaal
staal
Bouwwerf
G. den Heeten, Leiden
Motor
Deutz SA4M428
Vermogen
ca. 150 pk
Bouwjaar motor
ca. 1950 (later ingebouwd / gereviseerd)

De Hoop op Zegen is een stalen skûtsje van het type Friese tjalk, gebouwd in 1912 op de werf van Alle Berends Barkmeijer te Briltil. De werf Barkmeijer was in die periode toonaangevend in de bouw van ijzeren binnenvaartschepen en speelde een belangrijke rol in de overgang van hout naar staal in de noordelijke scheepsbouw.

Het schip werd oorspronkelijk gebouwd als roefschip en kreeg bij de tewaterlating de naam Cornelia. Opdrachtgever en eerste eigenaar was Gerrit Jacobs Duiker uit Grouw. De Cornelia werd ontworpen voor het vervoer van mest, aarde, terpaarde en ander bulk en stukgoed en had een toenmalig laadvermogen van circa 38 ton. Haar vaargebied lag hoofdzakelijk in Friesland, Groningen en Drenthe, waar zij de typische ondiepe vaarwegen en kanalen bediende.

Op 28 september 1912 vond de eerste officiële scheepsmeting plaats te Sneek, waarbij het schip werd geregistreerd onder meetnummer S 1044 N. In 1921 kwam het schip in handen van de tweede eigenaar, Sierk van der Meer uit Oostermeer. Tijdens een hernieuwde meting op 26 juli 1934 te Stavoren kreeg het schip haar huidige naam: Hoop op Zegen en werd zij opnieuw geregistreerd onder meetnummer G 3927 N.

Vanaf 1934 was Anne Jongstra uit Stavoren eigenaar van het schip. In de daaropvolgende decennia bleef de Hoop op Zegen actief in de vrachtvaart. Oorspronkelijk voer zij zoveel mogelijk onder zeil, later soms geholpen door een opdrukker, wat typerend was voor deze generatie vrachtschepen in de periode vóór de brede invoering van motoren.

In 1975 begon een nieuw hoofdstuk in het bestaan van het schip. Onder eigendom van de familie Hoogelander uit Den Haag werd de Hoop op Zegen verbouwd tot jacht. Daarbij werd voor het eerst een motor geplaatst: een gebruikte DAF 575. Vanwege de geringe holte van het oorspronkelijke vrachtschip werd het oude laadruim verhoogd, waardoor een comfortabele roef met stahoogte ontstond. Het kleine roefje van vroeger kreeg toen zijn huidige functie als zitkuip.

Sinds 1983 is de Hoop op Zegen in bezit van de huidige eigenaar, Simon van der Harst. Het schip diende eerst als woonschip en werd later weer in gebruik genomen als varend jacht. Vanaf 1987 vaart zij opnieuw zoveel mogelijk onder zeil, met een zeiloppervlak van circa 140 m², uitgevoerd in een stijl die zo dicht mogelijk bij het oorspronkelijke uiterlijk aansluit.

In 2009 werd de voortstuwing vernieuwd met de plaatsing van een nieuwe Deutz motor (type DD226). Deze 4 cilinder dieselmotor levert betrouwbare kracht en maakt het schip geschikt voor hedendaags gebruik, zonder afbreuk te doen aan haar historische karakter.

Met haar afmetingen van 18,43 meter lengte, 3,57 meter breedte en een diepgang van circa 0,80 meter, haar rijke geschiedenis en zorgvuldige overgang van vrachtschip naar jacht, is de Hoop op Zegen een fraai voorbeeld van levend varend erfgoed. Het schip verbindt ruim een eeuw binnenvaartgeschiedenis met actief en respectvol gebruik in het heden.

Lengte
18,43 m
Breedte
3,57 m
Diepgang
0,80 m
Type schip
Skûtsje (Friese tjalk)
Bouwjaar
1912
Scheepsnaam
Hoop op Zegen
BHS nummer
11407
Materiaal
staal
Werf
Barkmeijer
Plaats werf
Briltil
Oorspronkelijk vaargebied
Friesland, Groningen, Drenthe
Oorspronkelijke vracht
mest, aarde, grond, terpaarde, stukgoed
Toenmalig laadvermogen
ca. 38 ton
Holte
1,20 m
Tonnage
38,0 ton
Motor merk
Deutz
Motor type
DD226
Aantal cilinders
4
Bouwjaar motor
2009
Oorspronkelijke voortstuwing
Zeil, later soms met opdrukker
Eerste motor
DAF 575 (geplaatst in 1975)
Functiewijziging
In 1975 verbouwd van vrachtschip naar jacht
Huidig gebruik
Jacht / varend erfgoed
Zeilvoering sinds
1987, ca. 140 m² zeiloppervlak

De Elisabeth, in de volksmond beter bekend als Betje, is een historische Zeeuwse veerschouw met een lange en afwisselende geschiedenis. Het schip werd in 1907 gebouwd op de scheepswerf van Jan Francis de Klerk in Hontenisse, Zeeuws-Vlaanderen, in opdracht van Gerrit Johannes Schippers. De aanleiding voor de bouw was de groeiende vraag naar passagiersvervoer tussen Veere op Walcheren en Kamperland op Noord-Beveland.

Bij het ontwerp werd gekozen voor een Zeeuwse schouw met een lemmerkont, een aangepaste scheepsvorm die zorgde voor betere zeileigenschappen en meer comfort aan boord. Dat was belangrijk, want de Elisabeth was niet bestemd voor de visserij of voor open zee, maar voor een betrouwbare en comfortabele veerdienst. Binnen de vloot van de familie Schippers kreeg het schip een belangrijke rol en werd zij jarenlang intensief ingezet.

In de loop van de tijd veranderde de veerdienst. Met de komst van gemotoriseerde veerboten kwam er een einde aan de inzet van de Elisabeth als veerschip. Vanaf de jaren dertig kreeg zij een nieuw leven als mosselboot, waarbij het schip werd aangepast aan het werk aan boord. Ook wisselde zij meerdere malen van eigenaar en voer zij op verschillende Zeeuwse wateren en in de Biesbosch.

Ondanks deze veranderingen bleef de Elisabeth behouden. In 2007, precies honderd jaar na haar bouw, werd het schip volledig gerestaureerd in haar oorspronkelijke staat. Sindsdien vaart Betje opnieuw als historisch schip en vormt zij een levend monument van de Zeeuwse veer- en scheepvaartgeschiedenis.
De Elisabeth is vandaag de dag eigendom van de Stichting Zeeuwse Schouw, een werkstichting van Stichting Traditioneel Varend Zeeland, en vertelt het verhaal van vervoer, vakmanschap en leven op het water in Zeeland.

Lengte
12,00 meter
Breedte
3,90 meter
Diepgang
met zijzwaarden 1,90 meter / zonder zijzwaarden 0,60 meter
Bouwjaar
1907
Gerestaureerd
2007
Hoogte
10,50 meter
Gewicht
ca. 8000 kg
Rompmateriaal
Frans eikenhout
Zeiloppervlak totaal
52,30 m²
Grootzeil
26,00 m²
Topzeil
8,30 m²
Fok
8,50 m²
Kluiver
9,50 m²
Zeilmateriaal
Clipper canvas
Dieselmotor
Yanmar
Vermogen
30 PK

De Qui Vive is een klassiek zeiljacht dat zijn oorsprong vindt in de vroege jaren dertig van de vorige eeuw. Het schip werd in 1933 gebouwd als wedstrijdjacht volgens de 5 meterklasse, een internationale ontwerpregel waarbij snelheid, balans en verfijnde lijnen centraal stonden. Jachten uit deze klasse waren bedoeld voor sportieve prestaties en onderscheiden zich door hun slanke silhouet en verfijnde zeileigenschappen.

De romp van de Qui Vive is vervaardigd uit massief eikenhout en rust op een lange, doorlopende kiel. In combinatie met een slepend roer zorgt dit voor een stabiel, koersvast schip dat volledig is ontworpen met het zeilen als uitgangspunt. Een hulpmotor maakte oorspronkelijk geen deel uit van het ontwerp; de kracht van de wind was allesbepalend.

In 1958 kreeg het schip een meer recreatieve invulling. Er werd een kajuit geplaatst en de mast werd strijkbaar uitgevoerd, waardoor de Qui Vive beter bruikbaar werd voor tochten op binnen- en kustwateren. Deze aanpassingen veranderden het karakter van het schip, zonder het elegante lijnenspel van het oorspronkelijke ontwerp aan te tasten.

De huidige eigenaar verwierf de Qui Vive in 1983, op een moment dat het schip in matige staat verkeerde en haar exacte achtergrond grotendeels onbekend was. Met veel zorg en toewijding werd gewerkt aan herstel en behoud. Na jaren van restauratie werd het jacht in 1993 opnieuw in gebruik genomen.

Vandaag de dag wordt de Qui Vive erkend als nautisch erfgoed. Het schip heeft meerdere zeereizen gemaakt, waaronder tochten langs de oostkust van Engeland, en blijft daarmee doen waarvoor zij ooit werd gebouwd: elegant en zelfverzekerd varen. Klassieke 5 meterjachten zijn in Nederland inmiddels zeldzaam geworden, wat de Qui Vive tot een bijzonder en waardevol overblijfsel maakt van een rijke zeilhistorie.

Lengte
8,00 m
Breedte
2,00 m
Diepgang
1,15 m
Type schip
Klassiek zeiljacht (5m Rule)
Bouwjaar
1933
Naam
Qui Vive
Thuishaven
Gent (België)
Eigenaar
Frits De Waele
Status
Erkend nautisch erfgoed
Romp
Eikenhout
Kiel
Lange doorlopende kiel
Roer
Slepend roer
Mast
Strijkbaar
Oorspronkelijk doel
Wedstrijdzeilen
Motorisering
Niet oorspronkelijk voorzien

De prachtig gerestaureerde garnaalboot, de B72 (oorspronkelijk 072) Jacqueline-Denise, is een houten tweemaster. Van dit type houten garnaalsloep, zijtreiler met hulpmotor (34 pk), is de “Jacqueline-Denise” wellicht één van de zeldzame varende getuigen. Het is een typische garnaalboot van tussen de twee wereldoorlogen. Een historisch belangrijk scheepstype omdat het de overgang vormt tussen zeilvissersboten en motorvissersboten.
De Jacqueline-Denise heeft in tegenstelling tot latere types van deze garnaalboot geen stuurhut en wordt met een helmstok bestuurd.

In 1991 haalde Peter Sabbe de afgedankte Jacqueline-Denise naar Blankenberge om de garnaalboot in samenspraak met het stadsbestuur te restaureren en als maritiem monument bij de vuurtoren te plaatsen. De restauratie van het erg verwaarloosde schip vlotte niet zo best,tot burgemeester Monset het dossier in handen kreeg en het als Interreg-project kon laten meefinancieren door de Europese instanties. Het stadsbestuur vertrouwde de restauratie toe aan de scheepswerf Traditionele Scheepsbouw Jan Vandamme in Zeebrugge.

Toen het schip in juni 2005 in de werf aankwam, leek het meer op een wrak. Een deel van de kielbalk, enkele spanten en een stuk van de wering waren nog bruikbaar. De restauratie werd dus meer een reconstructie met respect voor de originele boot, want de Zeeuwse eigenaars hadden nogal wat verbouwingen aangebracht.

Jan Vandamme en zijn ploeg klaarden de klus in minder dan een jaar tijd. De Jacqueline-Denise werd weer een prachtige zeilboot. Het stadsbestuur vroeg de vzw De Scute het schip te onderhouden en er veel mee te varen, en belangstellenden mee te nemen om hen te laten kennismaken met dit unieke exemplaar uit ons maritiem verleden.

Lengte
17,50 m totaal; romp 14,10 m
Breedte
3,60 m
Diepgang
1,80 m
Type schip
garnaalsloep
Thuisland
België
Tonnenmaat
12 ton
Masten
2
Zeilvoering
gaffel getuigd (grootzeil, fok, kluiver, bezaan en topzeil)
Vlag
België

De tjalk Vertrouwen is een prachtig voorbeeld van Nederlands varend erfgoed. Gebouwd in 1903 op de werf van de gebroeders Van Zutphen in Wilnis, begon zij haar leven als vrachtschip onder de naam De Enige Zoon. Bestemd voor het vervoer van zand en grind voer zij jarenlang op binnenwateren en kustgebieden – stoer, betrouwbaar en gebouwd om generaties mee te gaan.

In 1928 kreeg het schip haar huidige naam: Vertrouwen. In diezelfde periode werd zij verlengd en voorzien van een Kromhout gloeikopmotor, waarmee zij de stap maakte van pure zeilvaart naar motor ondersteunde binnenvaart. Ook de roerige jaren van de Tweede Wereldoorlog liet zij niet ongemerkt voorbijgaan; het schip werd zelfs beschoten door een vliegtuig, maar overleefde dit hoofdstuk zonder slachtoffers – een stille getuige van een bewogen tijd.

Na de oorlog bleef de Vertrouwen nog jaren actief in de vrachtvaart, onder meer onder de naam Willy. Toen in de jaren zeventig de sloop dreigde, werd het schip gelukkig gered door liefhebbers die haar terugbrachten in authentieke staat. Daarmee begon een nieuw leven, niet langer als werktuig, maar als gekoesterd monument.

Tegenwoordig is de Vertrouwen in eigendom van Ruut Louwerse en ligt zij met haar thuishaven in Zierikzee. Het schip wordt met zorg onderhouden en gebruikt voor pleziervaart en erfgoedbijeenkomsten. Met haar elegante lijnen, robuuste rompvorm en rijke geschiedenis is de Vertrouwen geen charterschip, maar een levend stuk maritieme historie – een schip met een ziel, dat nog altijd te bewonderen is onder zeil.

Lengte
ca. 18,50 m
Breedte
ca. 4,00 m
Diepgang
ca. 0,90 m
Type schip
Hollandse tjalk
Bouwjaar
1903
Thuishaven
Zierikzee
Naam
Vertrouwen
Werf
Gebr. Van Zutphen, Wilnis
Materiaal
staal
Gebruik
particulier / pleziervaart (varend erfgoed)
Eigenaar
Ruut Louwerse

Maritime Experience
Schepen bij Martime Experience (indien de dienst het toelaat).

De VLI 27 is een karakteristiek Nederlands kottervaartuig dat actief is in de visserij op de Noordzee en regelmatig te vinden is in de Zeeuwse havens zoals Vlissingen en Breskens.
Het schip is robuust gebouw, compact en ontworpen om efficiënt op zee te kunnen werken. In de loop der jaren is het schip onder verschillende namen in de vaart geweest; waaronder Zuiderkruis en Adriana. Het is overigens binnen de visserijsector heel gebruikelijk dat een schip regelmatig van naam veranderd. Het schip heeft nu de naam Jeanet Maartje.

Met haar thuishaven in Zeeland maakt dit schip deel uit van de actieve regionale visserij, waarbij wordt gevist op onder andere bodemsoorten zoals schol en tong. De aanwezigheid van dit soort schepen laat zien hoe belangrijk de visserij nog steeds is voor de maritieme identiteit van de regio.
Tijdens Vlissingen Maritiem biedt de Jeanet Maartje bezoekers een mooi inkijkje in de hedendaagse visserijpraktijk:

Lengte
ca. 24 meter
Breedte
ca. 7 meter
Brutotonnage
±160 GT
Bouwjaar
1992
Bouwwerf
Scheepswerf Maaskant, Stellendam
Scheepsnaam
Jeanet Maartje (VLI 27)
IMO-nummer
9019377
MMSI
244245000
Vlag
Nederland
De SWATH Cetus is een gespecialiseerd loodsvaartuig van het Nederlands Loodswezen, ontworpen voor het veilig en betrouwbaar overzetten van loodsen op zee onder zware weersomstandigheden. Het schip maakt gebruik van het SWATH principe (Small Waterplane Area Twin Hull), een tweerompige constructie die zorgt voor uitzonderlijke stabiliteit in ruwe zee.

De Cetus bestaat uit twee onderwaterrompen die via smalle staanders verbonden zijn met het bovenwaterschip. Doordat het waterlijnoppervlak zeer klein is, ondervindt het vaartuig aanzienlijk minder invloed van golfslag dan conventionele schepen of catamarans. Het grootste drijfvolume bevindt zich onder het golfoppervlak, waar golven minder effect hebben op het vaargedrag
Dankzij dit ontwerp kan de SWATH Cetus operationeel blijven bij significante golfhoogten tot circa 3,5 meter, waardoor de beloodsing ook bij slecht weer doorgang kan vinden

De SWATH Cetus werd gebouwd door Abeking & Rasmussen en is sinds het midden van de jaren 2000 in dienst bij het Nederlands Loodswezen. Het schip heeft Vlissingen als standplaats en opereert voornamelijk in de regio Scheldemonden.

Lengte
circa 25–26 meter
Breedte
circa 13–14 meter
Diepgang
door ballastsysteem kan de diepgang snel worden aangepast
Aandrijving
dieselmechanisch, met motoren in de drijvers
Snelheid
circa 12–14 knopen
Manoeuvreerbaarheid
hoog, geschikt voor positioneren naast zeeschepen bij de loodsopstap

De Reiger is een veelzijdig en betrouwbaar werkschip dat perfect is ingericht voor hydrografische metingen en surveywerkzaamheden in havens, kustgebieden en binnenwateren. Dankzij de compacte afmetingen en geringe diepgang kan de Reiger opereren op locaties waar grotere schepen niet kunnen komen. Denk aan drukke of beperkte vaargebieden, zoals havens en sluizen.
Of het nu gaat om het uitvoeren van dieptemetingen, het in kaart brengen van de waterbodem of het verzamelen van nauwkeurige data voor projecten van aannemers en overheden: de Reiger levert consistente en hoogwaardige meetresultaten.

De Reiger vormt een stabiel platform voor moderne surveyapparatuur, waarmee nauwkeurige data wordt verzameld voor:
– hydrografische metingen
– bodemonderzoek
– monitoring van vaarwegen en havens
– ondersteuning bij bagger- en bouwprojecten
Van de Zeeuwse wateren tot complexe infrastructurele projecten: de Reiger wordt ingezet waar betrouwbare data essentieel is. Met ervaren operators en geavanceerde meetapparatuur draagt het schip bij aan veilige en efficiënte werkzaamheden op en rond het water.

Lengte
ca. 21 meter
Breedte
ca. 5 meter
Diepgang
ca. 1,5 – 1,6 meter
Scheepstype
Haven tender / werkboot
Vlag
Nederland
MMSI
244835000
Roepnaam
PGZI
Operatiegebied
Vlissingen / Noordzee
Een tender kun je het beste vergelijken met een watertaxi voor loodsen. Heeft een loods een schip veilig naar open zee gebracht, dan wordt hij aan boord van een tender naar zijn volgende klus gebracht.

Bij het Loodswezen gebruiken ze vijf verschillende soorten tenders. Afhankelijk van de grootte kunnen ze acht tot twaalf loodsen tegelijk vervoeren. Een tender is minstens 21 meter lang. De langste tenders zijn net een tikkeltje groter: ruim 23 meter. Afhankelijk van het type kan een tender een maximumsnelheid van wel 28,5 knoop halen. Dat is bijna 53 kilometer per uur!

Lengte
minimaal 21 meter
Type schip
Tender (watertaxi voor loodsen)
Maximumsnelheid
28,5 knopen (ca 53 km per uur)

De Dian Kingdom is een tug schip. De Nederlandse benaming voor een tug schip is een sleepboot. Een type boot dat andere schepen helpt bij het manoeuvreren, slepen of duwen.
Kenmerkend voor een sleepboot is dat ze klein, maar extreem krachtig zijn. Sterk door de krachtige motor en goed wendbaar. Karakteristiek is de rubberen stootrand om schade te voorkomen.

De Dian Kingdom is behoorlijk compleet uitgerust:
– krachtige sleeplier (winch)
– kraan op dek
– speciale towing pins om kabels te geleiden
– brandblusinstallatie die duizenden liters water per uur kan pompen
– plek voor ongeveer 10 bemanningsleden

Lengte
± 30 meter
Breedte
± 11 meter
Motorvermogen
bijna 5.000 pk
Trekkracht
ca. 70 ton
Max snelheid
± 13 knopen
Type schip
Sleepboot (tug)
Bouwjaar
2015
Thuishaven
Vlissingen
Thuisland
Nederland
Scheepsnaam
Dian Kingdom
Eigenaar
Sea Contractors B.V., Vlissingen
De RWS Frans Naerebout is een betonningsvaartuig van Rijkswaterstaat, in nauwe samenwerking met de Nederlandse Kustwacht. Het schip is vernoemd naar Frans Naerebout, de beroemde Zeeuwse loods en mensenredder uit Vlissingen.
Lengte
ca. 44,2 meter
Breedte
ca. 10,3 meter
Diepgang
ca. 3,1 meter
Type schip
Betonningsvaartuig (boeienlegger)
Bouwjaar
1989
Thuishaven
Vlissingen
Naam
Frans Naerebout
Eigenaar/beheer
Rijkswaterstaat / Kustwacht
Bouwwerf
Damen Shipyards (Nederland)
Bemanning
ongeveer 6 personen

De Krakesandt is een moderne sleephopperzuiger die wordt ingezet voor de winning van zand en grind op zee. Het schip is in 2022 volledig in Nederland gebouwd en maakt deel uit van de vloot van De Hoop Terneuzen. De Krakesandt is ontworpen voor efficiënt en duurzaam baggeren en voldoet aan de hedendaagse eisen op het gebied van emissies, veiligheid en automatisering.

Met haar diesel elektrische voortstuwing en geavanceerde baggersystemen kan de Krakesandt zand winnen op de Noordzee en dit direct overslaan naar binnenvaartschepen. Het schip combineert een hoge operationele betrouwbaarheid met een laag energieverbruik en een beperkte milieubelasting.
De naam Krakesandt verwijst naar een historische zandplaat uit de 14e eeuw voor de kust van Cadzand en is daarmee verbonden aan de maritieme geschiedenis van Zeeland.

Lengte
105,90 meter
Breedte
15,85 meter
Diepgang
ca. 6,94 meter
Type schip
Sleephopperzuiger (Trailing Suction Hopper Dredger – TSHD)
Bouwjaar
2022
Scheepswerf
Thecla Bodewes Shipyards, Nederland
Ontwerp
Barkmeijer Shipyards
IMO-nummer
9823807
Vlag
Nederland
Eigenaar/exploitant
De Hoop Terneuzen B.V.
Hopperinhoud
circa 3.000 m³
Draagvermogen
circa 6.300–6.600 ton
Aantal zuigarmen
1
Maximale baggerdiepte
circa 60 meter
Geschikt voor
winning van zand en grind op zee
Bemensing
7 tot 14 personen, afhankelijk van inzet en operatie

De Scheldestroom is een multifunctioneel dienstvaartuig van Rijkswaterstaat en maakt deel uit van de vloot van de Rijksrederij. Het schip wordt ingezet op onder meer de Westerschelde en omliggende Zeeuwse wateren voor beheer, onderhoud en toezicht op de rijksvaarwegen.

De Scheldestroom is ontworpen voor een breed scala aan werkzaamheden, waaronder het uitvoeren van metingen, het onderhouden van vaarwegmarkering en het ondersteunen van toezicht en handhaving. Door deze combinatie van taken kan het schip efficiënt worden ingezet voor meerdere doeleinden binnen het vaarwegbeheer.

Bij het ontwerp is veel aandacht besteed aan duurzaamheid en efficiënt energiegebruik. Daarmee draagt de Scheldestroom bij aan veilig, betrouwbaar en toekomstbestendig waterbeheer in het Scheldegebied.

Lengte
ca. 40 meter
Breedte
ca. 10,2 meter
Diepgang
ca. 1,8 meter
Type schip
Multi Purpose Vessel (MPV 30) / dienstvaartuig
Bouwjaar
2019
Scheepsnaam
Scheldestroom
Vlag
Nederland
Scheepswerf
G. Bijlsma & Zn., Wartena
Eigenaar
Rijkswaterstaat – Rijksrederij
In dienst
2020
Vaargebied
Westerschelde, Zeeuwse wateren en kustwateren
Hoofdtaken
vaarwegbeheer, metingen, onderhoud vaarwegmarkering, ondersteuning toezicht en handhaving